COLUMN  
Riorama 27 – september 2019

Mijn water, mijn recht!

In de vakantieperiode is het weerbericht steevast onderwerp van gesprek. Bij de bakker, in de sportclub of aan de eettafel: overal spreken we de wens uit voor ‘goed weer’. Een synoniem voor ‘zonnig en droog’. Helaas voor ons is dit ideale vakantieweer iets minder ideaal voor het leidingwatergebruik. Op warme dagen stijgt dit tot wel 140% van het normale gebruik.

Vanuit AquaFlanders, de federatie van waterbedrijven en rioolbeheerders, riepen we aan het begin van de zomer dan ook op om verstandig om te gaan met kraanwater. Daaronder verstaan we: kraanwater enkel gebruiken voor de toepassingen waarvoor het bedoeld is. Niet om gazons te sproeien en auto’s te wassen dus. We lanceerden ook het idee om creatief te zijn met de vele plonsbadjes waarin onze kinderen verkoeling zoeken. Door ze te delen met de buurkinderen bijvoorbeeld, en door het water na het spelen een tweede leven te geven als dorstlesser voor onze planten.

Daags na die oproep was ik te gast bij vrienden voor een gezellige barbecue. Het was een broeierig hete dag. Nooit eerder had ik zo gesmacht naar een goed glas ‘Kraanwater’, de ‘Grand Cru’ onder de frisdranken. En die ‘Grand Cru’ vloeide die dag rijkelijk, tussen de geestrijke drank door, waardoor de tongen al gauw loskwamen.

Het traditionele praatje over het zomerse weer ging al snel over in een gesprek over de beschikbaarheid van kraanwater. Een van de tafelgenoten had er een uitgesproken mening over. “Ik betaal genoeg voor mijn water, dus heb ik het recht om daarmee te doen wat ik wil”, verkondigde de man triomfantelijk, terwijl hij zijn vierde hamburger binnenspeelde.

Bij die woorden begon de ‘Grand Cru’ in mij op te warmen.

“Ik laat me een put boren, dan heb ik water in overvloed en ben ik van al die zever verlost!”, voegde de man eraan toe.

De ‘Grand Cru’ in mij benaderde het kookpunt en de droefheid sloeg toe. “Hoe kan het zijn dat na twee opeenvolgende zomers met uitzonderlijke droogte en na de dagelijkse inspanningen die elke zichzelf respecterende academicus, politicus, weervrouw of -man, leerkracht, overheidsdienst, water- of milieuorganisatie heeft geleverd om ons te laten inzien dat de waterbeschikbaarheid in Vlaanderen tot de laagste in Europa behoort, dergelijke stellingnames nog schering en inslag zijn?”, vroeg ik me luidop af.

Hoe kunnen wij iedereen ervan doordrenken (sorry voor de woordkeuze) dat wij allemaal uit hetzelfde vaatje tappen? Landbouw, industrie, drinkwatersector, scheepvaart, recreatie én de planten en dieren. We zullen moeten leren delen en keuzes maken. Als we daar zelf niet in slagen, moet ons geen keuze meer gelaten worden. Dan is de overheid aan zet om die keuzes in onze plaats te maken.

Mijn water zal in elk geval ons water moeten worden. Daar hebben de toekomstige generaties, maar ook planten en dieren, recht op.

Carl Heyrman

Algemeen directeur AquaFlanders