COLUMN
Riorama 32 – december 2020
Mag het ook iets minder zijn?
Afgelopen zomer was het weer prijs: hittegolven en periodes van aanhoudende droogte waren deel van onze dagelijkse realiteit. Het lijkt wel het nieuwe normaal te worden. De schreeuw naar kraanwater was groot. Nieuwe recordverbruiken van kraanwater werden opgetekend. Paradoxaal genoeg zou ik zeggen, want zowel voorafgaand aan als tijdens de droogte werd herhaaldelijk opgeroepen om verstandig met kraanwater om te gaan en het niet te gebruiken voor niet-essentiële toepassingen zoals het sproeien van gazons of het wassen van auto’s. Velen bleven doof voor onze beleefde doch met passie en aandrang geformuleerde vraag. Bewijs daarvan? De hoogste opgetekende kraanwaterverbruiken ooit. Een commercieel bedrijf dat frisdrank verkoopt zou een gat in de lucht springen met een verkoop die maal anderhalf gaat. Voor de publieke waterbedrijven ligt dit anders: zij hebben een opdracht om ten alle tijden kwaliteitsvol drinkwater te leveren, ook in moeilijke omstandigheden. Maar is dit een houdbare situatie wanneer de vraag buitenproportioneel wordt en de maximale leveringscapaciteit van de netten dreigt te overstijgen? Ik hoor het wel vaker rondom mij: ‘we betalen voor ons water en hebben het recht om zoveel te gebruik als we willen’. ’t Ja, bij een oneindig aanbod valt er daar iets voor te zeggen, maar als de voorbije zomers ons nu iets hebben geleerd, dan is het wel dat de voorraden en de leveringscapaciteit NIET oneindig zijn! ‘Pomp dan meer op’, hoor ik anderen zeggen. Zij vergeten daarbij dat meer oppompen de waterstanden verder doen dalen. De natuur, de landbouw noch de scheepvaart zouden ons dat in dank afnemen. Anderzijds heeft ook de doorvoercapaciteit van de leidingen haar limieten.
Mag het ook iets minder zijn?

Afgelopen zomer was het weer prijs: hittegolven en periodes van aanhoudende droogte waren deel van onze dagelijkse realiteit. Het lijkt wel het nieuwe normaal te worden. De schreeuw naar kraanwater was groot. Nieuwe recordverbruiken van kraanwater werden opgetekend. Paradoxaal genoeg zou ik zeggen, want zowel voorafgaand aan als tijdens de droogte werd herhaaldelijk opgeroepen om verstandig met kraanwater om te gaan en het niet te gebruiken voor niet-essentiële toepassingen zoals het sproeien van gazons of het wassen van auto’s. Velen bleven doof voor onze beleefde doch met passie en aandrang geformuleerde vraag. Bewijs daarvan? De hoogste opgetekende kraanwaterverbruiken ooit. Een commercieel bedrijf dat frisdrank verkoopt zou een gat in de lucht springen met een verkoop die maal anderhalf gaat. Voor de publieke waterbedrijven ligt dit anders: zij hebben een opdracht om ten alle tijden kwaliteitsvol drinkwater te leveren, ook in moeilijke omstandigheden. Maar is dit een houdbare situatie wanneer de vraag buitenproportioneel wordt en de maximale leveringscapaciteit van de netten dreigt te overstijgen? Ik hoor het wel vaker rondom mij: ‘we betalen voor ons water en hebben het recht om zoveel te gebruik als we willen’. ’t Ja, bij een oneindig aanbod valt er daar iets voor te zeggen, maar als de voorbije zomers ons nu iets hebben geleerd, dan is het wel dat de voorraden en de leveringscapaciteit NIET oneindig zijn! ‘Pomp dan meer op’, hoor ik anderen zeggen. Zij vergeten daarbij dat meer oppompen de waterstanden verder doen dalen. De natuur, de landbouw noch de scheepvaart zouden ons dat in dank afnemen. Anderzijds heeft ook de doorvoercapaciteit van de leidingen haar limieten.
Hoe komt het toch dat wij er niet in slagen om ons waterverbruik aan te passen? Hebben wij dan allemaal samen, onze generaties van volwassenen dus, een gebrek aan burgerzin? Of missen we verantwoordelijkheidsbesef naar onze kinderen en kleinkinderen toe en vinden we dat we hen kunnen opzadelen met de gevolgen van onze verspilzucht? Moeten wij onze bewustmakingspijlen anders richten?
AquaFlanders neemt het zekere voor het onzekere en mikt op de beslissingsnemers van morgen: onze kinderen en kleinkinderen. Samen met onze leden hebben we lespakketten uitgewerkt voor het lager onderwijs, waarbij we de leerlingen willen bewustmaken van het bijzondere van kraanwater en bij uitbreiding, van alle water. We willen van hen Aquanomen maken die bewust, slim en duurzaam omgaan met water. Als Aquanoom zullen ze ook assertief genoeg zijn om hun ouders en grootouders te wijzen op de grote verantwoordelijkheid die zij dragen bij het in evenwicht houden van de vraag en het aanbod aan water in de toekomst, ook in periodes van droogte die naar verwachting veelvuldiger zullen voorkomen. Uiteraard mag daarnaast ook iedereen erop rekenen dat de waterbedrijven alles in het werk blijven stellen om de robuustheid van de drinkwatervoorziening verder te versterken.
Carl Heyrman, Algemeen directeur AquaFlanders