REPORTAGE
Riorama 36 – december 2021
Wie pleit schuldig bij wateroverlast: riolering of rivier?
De wateroverlast in de maand juli was van ongeziene omvang. Langdurige regenval met hoge intensiteit over een uitgestrekt gebied. Een unieke combinatie die we nooit eerder zagen. En heel anders dan de lokale, felle piekbuien die we normaal in de zomer kennen. We vroegen Patrick Willems om een verklaring.
“Deze overlast had niets met het overlopen van de riolering te maken, maar wel met het aspect klimaatverandering. Deze fenomenen zullen steeds vaker voorkomen”, zegt Patrick Willems, hoogleraar hydraulica aan de KU Leuven. Er komt meer droogte en meer extreme regenval, twee zijden van dezelfde medaille die de klimaatverandering is. “Een typisch zomers onweer waarbij gedurende een korte tijdspanne van 15 minuten tot een paar uur hevige regenval boven een lokaal gebied valt, zorgt voor pluviale overstromingen. Dit is het overlopen van een riolering, gracht of beek. Zij hebben een kleine ruimtelijke uitgestrektheid en zullen dus snel reageren op regen.”
Maar het noodweer van afgelopen zomer was veel meer dan dat. Sinds de waarnemingen viel er nooit eerder zoveel regen op 48 uur tijd en dat verspreid over zo’n uitgestrekt gebied. Patrick Willems: “Waar de frontale buien normaal van west naar oost trekken, bleven ze nu dagen hangen over hetzelfde gebied. De neerslag stroomde af naar de rivieren en de debieten en het waterpeil bleven stijgen. Dit fenomeen van fluviale overstromingen zien we normaal vooral in de winter, in periodes met veel regen en verzadigde grond. Dat we dit nu in de zomer meemaken, is uniek maar ook zorgwekkend.”
Ruimte voor waterlopen
“Rivieren moeten daarom meer ruimte krijgen en kunnen overstromen in valleien waar weinig bebouwing is”, zegt Willems. “Daarnaast kan je opwaarts op de plaatsen waar de rivier van nature overloopt, bijkomende bergingscapaciteit creëren. Zo zorg je er voor dat de meer afwaarts gelegen gebieden waar de rivier door stroomt, een lager overstromingsrisico krijgen.”
Rivieren nemen van nature regelmatig hun winterbedding in. In overstroombare gebieden waar huizen worden gebouwd, worden rivieren daarom ingedijkt. “Bewoners wanen zich veilig achter zo’n dijk omdat die de afgelopen tientallen jaren nooit overstroomde. Zonder zo’n dijk, zou men zich meer bewust zijn van de risico’s en zouden bewoners ook sneller actie ondernemen om hun eigen perceel te beveiligen. Simpelweg omdat ze het gewoon zijn samen te leven met het water.”
Riolering ontlasten
Grote overstromingen zoals die van afgelopen zomer kunnen onmogelijk volledig vermeden worden. Maar op minder extreme, pluviale overstromingen die rioleringen doen overlopen kunnen steden, gemeenten en hun burgers wel anticiperen. “In bebouwd gebied moeten we ervoor zorgen dat er minder regenwater rechtstreeks naar de riolering wordt afgevoerd. Dat kan door lager gelegen zones te creëren waar het water naartoe kan stromen, kan gebufferd worden en dan langzaam in de grond kan dringen,” stelt Willems. “Dat ontlast de riolering en vermindert de overstromingsrisico’s. Als een burger in zijn tuin een regenwaterput voorziet en regenwater ook effectief gebruikt voor toepassingen waarvoor het kan dienen, creëer je bijkomende buffercapaciteit. Deze inspanning lijkt beperkt, maar als elke burger dit doet, heeft dit wel een enorme cumulatieve impact. Als je alle volumes van de regenwaterputten optelt, heb je een enorm groot bufferbekken waarmee je het risico op wateroverlast op een significante manier kan reduceren. Als je dat regenwater gebruikt voor toiletspoeling, de wasmachine, buitengebruik, … verbruik je bovendien veel minder drinkwater. En als je de overloop van de regenwaterput laat infiltreren in de eigen tuin, daar waar het kan, zorgt dat voor extra grondwateraanvulling. Als openbare besturen nog eens hetzelfde doen op publieke domein: al het regenwater van de wegenis, verharde pleinen en parkings bufferen, gebruiken en laten infiltreren, creëer je grote winsten.”
“Rivieren moeten meer ruimte krijgen en kunnen overstromen in valleien waar weinig bebouwing is” –
Patrick Willems
Bereken hoe klimaatrobuust uw tuin is!
Vlario lanceert webtool groenblauwpeil
Wist u dat de grondoppervlakte in Vlaanderen voor bijna 10% uit tuinen bestaat? Samen met de verschillende initiatieven op publiek domein, vormen zij zo een belangrijke schakel in de aanpak van de gevolgen van de klimaatverandering. Als iedereen één of meerdere blauwgroene maatregelen toepast in de tuin, staan we al een heel eind verder dan vandaag.
Benieuwd hoe klimaatrobuust uw perceel scoort? Het kenniscentrum voor de rioleringssector Vlario, Departement Omgeving en de Vlaamse Confederatie Bouw ontwikkelden in het kader van de Blue Deal een score die u alles vertelt over de duurzame en klimaatrobuuste inrichting van uw privaat perceel. “Vul eerst alle kenmerken van de woning en het perceel in op de interactieve webtool”, legt Wendy Franken, directeur van Vlario, uit. “Vervolgens duid je de groene en blauwe elementen aan zoals een regenwaterput. Op die manier krijg je een score. Deze score geeft niet alleen een beeld van hoe goed je tuin bestand is tegen bijvoorbeeld piekbuien en wateroverlast, maar geeft ook aan hoe efficiënt het gesteld is met je watergebruik in huis en hoe gewapend je tuin is tegen bijvoorbeeld extreme hitte en droogte.”
De webtool is een handig instrument om burgers, maar ook steden en gemeenten te inspireren om anders te kijken naar de inrichting van zowel private als publieke ruimtes. Na de berekening krijgt u tot slot een voorstel met verbetersuggesties om uw perceel meer klimaatrobuust te maken. Die suggesties zijn geïnspireerd op de website www.blauwgroenvlaanderen.be, een initiatief van Aquafin en Vlario.

